De diadeemzee-egel
GEWONE NAAM: diadeemzee-egelENGELSE NAAM: diadem urchin, long-spine urchin, porcupine sea urchin, needle-spined urchin
LATIJNSE NAAM: Diadema setosum
FAMILIE: Diadematidae
Bij de expositie: de diadeemzee-egel is te zien bij de afdeling Biodiversiteit op 3.50.br.
Verspreidingsgebied: de diadeemzee-egel komt voor in de Rode Zee, de hele Indische Oceaan (waaronder ook Réunion, Mayotte, Madagaskar en het Maskarenenbassin), de Stille Oceaan tot in Polynesië alsook van het zuiden van Japan tot Australië en Nieuw-Caledonië. Hij komt nu ook voor in het oostelijk deel van de Middellandse Zee (Israël, Turkije), waarschijnlijk door het meevoeren van larven via het Suez-kanaal.
Habitat: hij leeft in de lagunes, aan het oppervlak van de rotsen, op het zand dichtbij de koraalriffen, soms tot 70 m diepte, maar het vaakst in zeer ondiepe wateren (1 tot 25 m). Hij wordt ook waargenomen in wierbanken en verstoorde omgevingen waar talrijke dode koralen zijn.
Voortbewegingswijze: hij verplaatst zich met gemak dankzij zijn ambulacrale voetjes (2 maal 5 rijen) met zuignappen om zich aan het substraat te hechten.
Beschrijving: dit dier is over het algemeen zwart (volwassen exemplaar) en heeft lange, scherpe, fijne, breekbare en giftige stekels die soms grijs of wit zijn en langer dan 30 cm kunnen worden. De schaal (minerale omhulsel) heeft een licht afgeplatte sferische vorm en een diameter van 5 tot 9 cm. De oranje ring bevindt zich rond de anus.
Voedsel: hij voedt zich hoofdzakelijk met korstvormende algen en organische stoffen.
Bedreigingen en beschermingsmaatregelen: onder de weinige voor de diadeemzee-egel gevaarlijke roofdieren bevindt zich de Blauwvin trekkervis. Diadeemzee-egels neigen vaak, vooral overdag, zich te verzamelen om uitgestrekte groepen te vormen. Dit is een verdedigingstactiek tegen roofdieren.Geen informatie op de Rode Lijst van bedreigde soorten van de IUCN.
Eigenschappen en vermogen om een plaats in het ecosysteem binnen de biodiversiteit van de soorten te nemen: tussen de stekels van de diadeemzee-egel zitten soms minuscule zeegrondels, kardinaal-baarzen, garnalen en zelfs kwallen van het geslacht Coeloplana verscholen. De Pterapogon kauderni, een bedreigde vissoort die geclassificeerd is in bijlage II van de CITES, schuilt eveneens tussen de stekels. Bron: 14e CITES-conferentie in Den Haag (Nederland), 3 – 15 juni 2007 http://www.cites.org/fra/cop/14/prop/F14-P19.pdf Deze "levende schuilplaats" is dus "een associatief levensmodel". .
Natuurlijk weerstandsvermogen: diadeemzee-egels neigen vaak, vooral overdag, zich te verzamelen om uitgestrekte groepen te vormen. Dit is een verdedigingstactiek tegen roofdieren.
Voor de mensen bewezen diensten: de seksuele feromonen of peptides (Sperm Activating Peptides afgekort "SAP" ofwel "speract") van de zee-egel zijn lang bestudeerd, met name die van de diadeemzee-egel Diadema setosum. Bovendien kunnen deze echinidae fungeren als bio-indicatoren voor toxiciteit en bio-accumulatie van zware metalen. Zo werden ze gekozen tijdens een onderzoek naar de transfer van zware metalen in de trofische keten, dat uitgevoerd werd in 2002 door het Chantier Nouvelle-Calédonie Bron: Chantier Nouvelle-Calédonie Samenvatting van de activiteiten 1999-2002 http://www.coreus.ird.fr/pnec/documents/chantier_pnec_nc.pdf
Verspreidingsgebied: de diadeemzee-egel komt voor in de Rode Zee, de hele Indische Oceaan (waaronder ook Réunion, Mayotte, Madagaskar en het Maskarenenbassin), de Stille Oceaan tot in Polynesië alsook van het zuiden van Japan tot Australië en Nieuw-Caledonië. Hij komt nu ook voor in het oostelijk deel van de Middellandse Zee (Israël, Turkije), waarschijnlijk door het meevoeren van larven via het Suez-kanaal.
Habitat: hij leeft in de lagunes, aan het oppervlak van de rotsen, op het zand dichtbij de koraalriffen, soms tot 70 m diepte, maar het vaakst in zeer ondiepe wateren (1 tot 25 m). Hij wordt ook waargenomen in wierbanken en verstoorde omgevingen waar talrijke dode koralen zijn.
Voortbewegingswijze: hij verplaatst zich met gemak dankzij zijn ambulacrale voetjes (2 maal 5 rijen) met zuignappen om zich aan het substraat te hechten.
Beschrijving: dit dier is over het algemeen zwart (volwassen exemplaar) en heeft lange, scherpe, fijne, breekbare en giftige stekels die soms grijs of wit zijn en langer dan 30 cm kunnen worden. De schaal (minerale omhulsel) heeft een licht afgeplatte sferische vorm en een diameter van 5 tot 9 cm. De oranje ring bevindt zich rond de anus.
Voedsel: hij voedt zich hoofdzakelijk met korstvormende algen en organische stoffen.
Bedreigingen en beschermingsmaatregelen: onder de weinige voor de diadeemzee-egel gevaarlijke roofdieren bevindt zich de Blauwvin trekkervis. Diadeemzee-egels neigen vaak, vooral overdag, zich te verzamelen om uitgestrekte groepen te vormen. Dit is een verdedigingstactiek tegen roofdieren.Geen informatie op de Rode Lijst van bedreigde soorten van de IUCN.
Eigenschappen en vermogen om een plaats in het ecosysteem binnen de biodiversiteit van de soorten te nemen: tussen de stekels van de diadeemzee-egel zitten soms minuscule zeegrondels, kardinaal-baarzen, garnalen en zelfs kwallen van het geslacht Coeloplana verscholen. De Pterapogon kauderni, een bedreigde vissoort die geclassificeerd is in bijlage II van de CITES, schuilt eveneens tussen de stekels. Bron: 14e CITES-conferentie in Den Haag (Nederland), 3 – 15 juni 2007 http://www.cites.org/fra/cop/14/prop/F14-P19.pdf Deze "levende schuilplaats" is dus "een associatief levensmodel". .
Natuurlijk weerstandsvermogen: diadeemzee-egels neigen vaak, vooral overdag, zich te verzamelen om uitgestrekte groepen te vormen. Dit is een verdedigingstactiek tegen roofdieren.
Voor de mensen bewezen diensten: de seksuele feromonen of peptides (Sperm Activating Peptides afgekort "SAP" ofwel "speract") van de zee-egel zijn lang bestudeerd, met name die van de diadeemzee-egel Diadema setosum. Bovendien kunnen deze echinidae fungeren als bio-indicatoren voor toxiciteit en bio-accumulatie van zware metalen. Zo werden ze gekozen tijdens een onderzoek naar de transfer van zware metalen in de trofische keten, dat uitgevoerd werd in 2002 door het Chantier Nouvelle-Calédonie Bron: Chantier Nouvelle-Calédonie Samenvatting van de activiteiten 1999-2002 http://www.coreus.ird.fr/pnec/documents/chantier_pnec_nc.pdf
BRON
Boeken:
W. BAUMEISTER. Guide de la faune sous-marine. Mer Rouge et Océan Indien. Tome 1 : Les Invertébrés. Ed. Ulmer, 1997.
J.-M. KORNPROBST. Sustances naturelles d’origine marine. Chimiodiversité – Pharmacodiversité –Biotechnologies. Tome 2 : Invertébrés – Vertébrés. Ed.Tec&Doc/Lavoisier, 2005
Collectif. Océan. Encyclopédie universelle. Ed. Geo/Gallimard, 2006
Artikelen:
J.C. GRIGNARD, D. VANDENSPIEGEL, I. EECKHAUT. L'Oursin diadème : abri convoité et modèles de vies associatives. Océanorama, n° 29, décembre 1998, pp 3-9
Sites:
DORIS :
Source : Quatorzième session de la Conférence des Parties - La Haye (Pays-Bas), 3 – 15 juin 2007
Source : Chantier Nouvelle-Calédonie Résumé des activités 1999-2002
Photos Pauline BINCTEUX

Connect to give your advice
















































