De kwallen bij Nausicaa

Oorkwall (Aurelia aurita)De kwal is een dier dat kan drijven en zwemmen maar niet tegen de zeestromingen in kan gaan: kwallen behoren tot het plankton.

Zoals hun aanverwanten, de zeeanemonen en de koralen, zijn kwallen netelachtigen.

De wetenschappers delen ze in bij de Cnidaria, van het Griekse knidèknidè (brandnetel).

Er bestaan meer dan 9.000 soorten Cnidaria, waaronder enkele honderden soorten kwallen.

Waaruit bestaat een kwal?

Oorkwall (Aurelia aurita)

Hoofdzakelijk uit water (meestal meer dan 95%).

Toch heeft de kwal een verteringsstelsel met een mond tussen de tentakels, lichtgevoelige organen, spieren en zenuwen.

De netelcellen zijn net kleine harpoentjes die verbonden zijn met een gifreservoir.

Elke kwal heeft er duizenden harpoentjes.

 

Waarom zijn er kwallen bij Nausicaa?

Ze hebben een centrale plaats in het plankton, ze zijn de mooiste illustratie ervan. Wanneer je hoeft ze enkel meegevoerd ziet worden door de stroming, in het water ziet drijven of ze naar het oppervlak ziet zwemmen, weet je al dat de kwal tot het plankton behoort.

Welke kwallen zijn er bij Nausicaa?

Momenteel zijn er 2 soorten kwallen: de oorkwallen (wetenschappelijke naam: Aurelia aurita) en de blauwpuntkwal (wetenschappelijke naam: Phyllorhiza punctata). De oorkwallen zijn te zien in het grote cilindervormige aquarium van ruimte 1 van de expositie "De zeewereld". De blauwpuntkwallen bevinden zich in het kleine cilindervormige aquarium in dezelfde ruimte.

Aurelia Aurita

De oorkwallen, die de Engelsen "moon jellyfish" noemen, behoren tot de Ulmaridae-familie. Ze komen voor in alle Oceanen en ook bij het Nauw van Calais. Oorkwallen voeden zich met klein dierlijk plankton. Bij Nausicaa eten ze kleine larven van Artemiakreeftjes, die speciaal daarvoor worden gekweekt. De Artemialarven zijn zalmkleurig. Wanneer de oorkwallen ze eten, zie je hun doorschijnende maag roze worden.

Phyllorhiza Punctata

De naam van deze soort (punctata) is te herleiden tot de stippen die te zien zijn op haar 'huid'. In de natuur komt de Phyllorhiza voor in de Stille Oceaan. Ze behoort tot de Mastigiidae familie en een volwassen exemplaar kan een diameter van 50 cm bereiken. De Phyllorhiza punctata herbergt in haar doorschijnend lijf symbiotische algen: de kwal dient als schuilplaats voor de algen en in ruil daarvoor produceren ze zuurstof en suiker als voedsel voor de kwal. Daarom is voor het kweken van de Phyllorhiza een adequate verlichting nodig om de groei van planten te bevorderen. Symbiose: een noodzakelijke nutritionele associatie met wederzijds voordeel tussen 2 soorten.

Hoe planten kwallen zich voort?

Hun levenscyclus is complex en kent een vastzittend stadium: minuscule kwalpoliepjes. Het poliepje leeft op de bodem, vastgehecht aan een steen en vermeerdert zich door inkepingen om een kolonie te vormen. Bij de seizoenswisseling verandert het poliepje van gedaante en raakt het schijfje met tentakels los om een minuscule larve te worden die zal uitgroeien tot de kwal die we kennen. Ze kunnen een diameter van 40 cm bereiken. De kwallen kunnen zowel mannetjes als vrouwtjes zijn en bevruchten elkaar. Er komt dan weer een larve uit die neerdaalt op de bodem en verandert in een nieuwe poliep. Zo is de cirkel rond!

Mythologie

Door haar eigenaardige vorm heeft zij als wetenschappelijke naam de naam van een mythologisch personage gekregen: medusa. Medusa was immers in de Griekse mythologie een van de drie Gorgonen, gevleugelde monsters met een vrouwenlijf en slangen die uit hun haar komen. Met haar blik veranderde ze haar tegenstanders in steen. Perseus overwon haar en onthoofde haar en uit haar bloed werd Pegasus, het gevleugelde paard, geboren.

Werken (te raadplegen bij de Mediatheek van Nausicaa)

  • Jacqueline GOY. Les Miroirs de Méduse : biologie et mythologie. Ed. Apogée, 2002
  • Jacqueline GOY, Yves LAISSUS, Charles Alexandre LESUEUR. Les Méduses de PERON et LESUEUR. Ed. CTHS, 1995
  • Guido MOCAFICO. Medusa. Ed. Steidl, 2006
  • Chang-Tai SHIH. Guide des méduses des eaux canadiennes de l’Atlantique. Ed. Musées Nationaux du Canada, 1977
  • Encyclopédie Larousse des Animaux – Vie Sauvage – Tome 7 – Chapitre sur les méduses, Ed. Larousse, 1994 Mise à jour de décembre 2007
  • Alexandra BUTEUX. Etude du cycle d'Aurelia aurita (Linné) en milieu ouvert dans les bassins du port du Havre. Mémoire de Maîtrise d’Ecologie Marine, Université Pierre et Marie CURIE, Paris VI, 2000

Artikelen (te raadplegen bij de Mediatheek van Nausicaa)

  • Thierry AUFFRET VAN DER KEMP. Les Méduses : sources de nuisances ou ressource biologique à exploiter ? Paru dans : Sciences Ouest, n° 180, septembre 2001, p 9
  • La Méduse pullulante (tentative d'explication des phénomènes de pullulation de Pelagia noctiluca, en Mer Ligure). Paru dans : Pour la Science, n° 108, octobre 1986, pp 9-10
  • Sophie COISNE. Nager avec les méduses... sans se faire piquer. Paru dans : Science et Vie Junior, n° 134, novembre 2000, pp 28-30
Stemmen