De zeelelie
GEWONE NAAM: zeelelie, haarsterENGELSE NAAM: a gorgonian feather star
LATIJNSE NAAM: Cenometra bella
FAMILIE: Crinoidea
Bij de expositie: de zeelelie is te zien bij de afdeling Biodiversiteit op 3.50.
Verspreidingsgebied: de zeelelie komt voor van Birmanië tot de Filippijnen, in Indonesië en op de Marshall- en Fidji-eilanden
Habitat: zij hecht zich onder water op 15 tot 25 m diepte met haar onderarmen vast aan de hoornkoralen en de draadvormige Antipatharia.
Beschrijving: aan een centraal lijf, de kelk, zitten vijf armen die zich verdelen in 20 tot 40 geveerde en gekleurde zijtakken: zwarte, bruine of witte zijtakken met witte, grijze of zwarte veertjes.
Voedsel: zij is een carnivoor en detritivoor - ze voedt zich met microzoöplankton en drijvende organische deeltjes. Ze voedt zich via haar bovenarmen die als filters fungeren.
Omvang: de armen zijn ongeveer 14 cm lang
Bedreigingen en beschermende maatregelen: geen informatie van de UICN.
Eigenschappen en vermogen om een plaats in het ecosysteem binnen de biodiversiteit van de soorten te nemen: de zeelelie is de oudste soort van de stekelhuidigen. De voorouders die "zeeoren" heten, bevolkten de oeroceanen. Deze "zeeoren" schijnen trouwens nog te bestaan maar leven in te diepe wateren om bereikbaar te zijn voor duikers. Een andere eigenschap is haar sedentariteit. De zeelelie verplaatst zich het vaakst 's nachts om zich te voeden. De zeelelies dienen als schuilplaats voor de slangster, kleine garnaaltjes en mimetische kleine vissen.
Natuurlijk weerstandsvermogen: de zeelelie beschikt over hetzelfde regeneratievermogen als de zeester. Ze kan vanaf het centrale lijf, de kelk, een of meer armen opnieuw vormen.

























































