Het gele zeepaardje
GEWONE NAAM: Het gele zeepaardjeENGELSE NAAM: yellow seahorse
LATIJNSE NAAM: Hippocampus kuda
FAMILIE: Syngnathidae
Bij de expositie: het zeepaardje is te zien bij de afdeling Biodiversiteit op 3.50.
Verspreidingsgebied: in de hele Indo-Stille Oceaan (Japan, Filippijnen, Indonesië Australië, Polynesië) en in de Rode Zee.
Habitat: algen- en zeegrasvelden in zeer ondiepe wateren, van 0 tot 8 m.
Beschrijving: door zijn kleurrijk lichaam lijkt het zeepaardje een "anomalie" van de natuur: een paardenhoofd en -nek, een in een pantser opgesloten lichaam zoals bij insecten, een grijpstaart zoals bij de aap, beweegbare ogen zoals bij de kameleon en ten slotte een broedbuidel, het "marsupium" (bij het mannetje), zoals bij de kangoeroe. Zijn houding is ook opmerkelijk, omdat zijn hoofd een hoek van 90° heeft ten opzichte van de rest van het lichaam. Dit lichaam is bedekt met een gladde huid die gespannen wordt door beenplaten en niet door schubben zoals bij de andere vissen. Ook al is het een echte vis, hij heeft geen buikvinnen en zijn staart vervangt de staartvin. Door dit gebrek aan vinnen is hij een zeer slechte zwemmer. Hij verplaatst zich met behulp van zijn staart, maar wordt vaak meegevoerd door de zeestromen. Een ander kenmerk: omdat zijn voedsel microscopisch klein is, heeft hij geen tanden.
Biologie: het zeepaardje kent een "patrotrofe" voortplantingsmethode, waarbij het mannetje de kleintjes baart. Na een complex paringsritueel legt het vrouwtje de eitjes in een buidel in de buik van het mannetje. Vervolgens bevrucht het mannetje de eitjes en blijft de buidel gesloten tot het uitkomen van de eitjes. Deze buidel werkt op dezelfde manier als de baarmoeder bij zoogdieren. Na de dracht (ongeveer 1 maand) komen de kleine zeepaardjes uit de buidel door toedoen van de buikweeën van de vader.
Voedsel: kleine schaaldieren en andere micro-organismen die in overvloed aanwezig zijn in de algen.
Omvang: van 5 mm bij de geboorte tot 18 cm voor een volwassen exemplaar in zijn natuurlijke omgeving. De Hippocampus kuda die in aquariums leven, zijn over het algemeen kleiner, ongeveer 15 cm. Volgens sommige bronnen kunnen bepaalde soorten 20 tot 30 cm worden.
Bedreigingen en beschermingsmaatregelen: het dier heeft de status "kwetsbaar" volgens de mondiale rode lijst van de IUCN. Zeepaardjes raken te vaak verstrikt in trawlnetten en zijn het slachtoffer van overexploitatie en de handel (en smokkel) voor de amateur aquariumhouders alsook voor de Aziatische markt (voornamelijk de Chinese), waar ze worden gebruikt voor de traditionele geneeskunde. Bovendien heeft de vernietiging van hun habitat een grote impact op hun leefomstandigheden.
Eigenschappen en vermogen om een plaats in het ecosysteem binnen de biodiversiteit van de soorten te nemen: bij zeepaardjes is mimicry een bekend verschijnsel. Ze gaan op in het onderzeese landschap door de overheersende kleur(en) van hun onmiddellijke omgeving aan te nemen en er kunnen ook vlekken of strepen verschijnen. Ze houden zich volledig stil om niet opgemerkt te worden door roofdieren: frogfishen, roggen en haaien. Zo gaan de zeepaardjes zeer vaak helemaal in het landschap op. Bovendien jaagt het zeepaardje zonder zich te verplaatsen. Net zoals bij de kameleon bewegen zijn ogen onafhankelijk van elkaar. Zijn gezichtscherpte stelt hem in staat om een prooi in de gaten te houden binnen een straal van 4 cm. Op het juiste moment trekt hij zijn bek (protractiel) naar voren en veroorzaakt op deze manier een sterke zuigstroom waarmee hij zijn slachtoffer met water en al opzuigt.
Natuurlijk weerstandsvermogen: hun oorsprong en evolutie blijven nog een mysterie. Ze trekken al heel lang de aandacht en de Oude Plinius gaf het diertje in 79 n.Chr. de naam "zeepaardje". Maar hij werd voor de allereerste keer beschreven door de natuuronderzoeker Aristoteles die schreef dat het diertje "openscheurt tijdens het liefdesseizoen". Het zeepaardje is een soort die kenmerken van talrijke andere soorten verenigt. Hierdoor is het een "buitengewone" soort die sterk aanwezig is in mythologische verhalen.
Voor de mensen bewezen diensten: de as van de zeepaardjes wordt vermengd met vet en azijn, wat kaalheid zou voorkomen. In wijn afgekookt zou deze as als sterk gif gebruikt kunnen worden. Er werden talrijke recepten, dranken en balsems ontwikkeld vanwege de "magische" krachten die eraan worden toegeschreven. Tegenwoordig worden deze vissen veel gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde. Het zeepaardje wordt beschouwd als een uitstekend middel om incontinentie, seniliteit, bloedsomloopproblemen, astma, huidaandoeningen, aderverkalking, impotentie, angina, hartziekten, migraine, postnatale depressie, etc. te genezen. Het zeepaardje wordt als afkooksel ingenomen: men laat hem 2 tot 3 uur koken voor het innemen. Toch is hij niet eetbaar.
Verspreidingsgebied: in de hele Indo-Stille Oceaan (Japan, Filippijnen, Indonesië Australië, Polynesië) en in de Rode Zee.
Habitat: algen- en zeegrasvelden in zeer ondiepe wateren, van 0 tot 8 m.
Beschrijving: door zijn kleurrijk lichaam lijkt het zeepaardje een "anomalie" van de natuur: een paardenhoofd en -nek, een in een pantser opgesloten lichaam zoals bij insecten, een grijpstaart zoals bij de aap, beweegbare ogen zoals bij de kameleon en ten slotte een broedbuidel, het "marsupium" (bij het mannetje), zoals bij de kangoeroe. Zijn houding is ook opmerkelijk, omdat zijn hoofd een hoek van 90° heeft ten opzichte van de rest van het lichaam. Dit lichaam is bedekt met een gladde huid die gespannen wordt door beenplaten en niet door schubben zoals bij de andere vissen. Ook al is het een echte vis, hij heeft geen buikvinnen en zijn staart vervangt de staartvin. Door dit gebrek aan vinnen is hij een zeer slechte zwemmer. Hij verplaatst zich met behulp van zijn staart, maar wordt vaak meegevoerd door de zeestromen. Een ander kenmerk: omdat zijn voedsel microscopisch klein is, heeft hij geen tanden.
Biologie: het zeepaardje kent een "patrotrofe" voortplantingsmethode, waarbij het mannetje de kleintjes baart. Na een complex paringsritueel legt het vrouwtje de eitjes in een buidel in de buik van het mannetje. Vervolgens bevrucht het mannetje de eitjes en blijft de buidel gesloten tot het uitkomen van de eitjes. Deze buidel werkt op dezelfde manier als de baarmoeder bij zoogdieren. Na de dracht (ongeveer 1 maand) komen de kleine zeepaardjes uit de buidel door toedoen van de buikweeën van de vader.
Voedsel: kleine schaaldieren en andere micro-organismen die in overvloed aanwezig zijn in de algen.
Omvang: van 5 mm bij de geboorte tot 18 cm voor een volwassen exemplaar in zijn natuurlijke omgeving. De Hippocampus kuda die in aquariums leven, zijn over het algemeen kleiner, ongeveer 15 cm. Volgens sommige bronnen kunnen bepaalde soorten 20 tot 30 cm worden.
Bedreigingen en beschermingsmaatregelen: het dier heeft de status "kwetsbaar" volgens de mondiale rode lijst van de IUCN. Zeepaardjes raken te vaak verstrikt in trawlnetten en zijn het slachtoffer van overexploitatie en de handel (en smokkel) voor de amateur aquariumhouders alsook voor de Aziatische markt (voornamelijk de Chinese), waar ze worden gebruikt voor de traditionele geneeskunde. Bovendien heeft de vernietiging van hun habitat een grote impact op hun leefomstandigheden.
Eigenschappen en vermogen om een plaats in het ecosysteem binnen de biodiversiteit van de soorten te nemen: bij zeepaardjes is mimicry een bekend verschijnsel. Ze gaan op in het onderzeese landschap door de overheersende kleur(en) van hun onmiddellijke omgeving aan te nemen en er kunnen ook vlekken of strepen verschijnen. Ze houden zich volledig stil om niet opgemerkt te worden door roofdieren: frogfishen, roggen en haaien. Zo gaan de zeepaardjes zeer vaak helemaal in het landschap op. Bovendien jaagt het zeepaardje zonder zich te verplaatsen. Net zoals bij de kameleon bewegen zijn ogen onafhankelijk van elkaar. Zijn gezichtscherpte stelt hem in staat om een prooi in de gaten te houden binnen een straal van 4 cm. Op het juiste moment trekt hij zijn bek (protractiel) naar voren en veroorzaakt op deze manier een sterke zuigstroom waarmee hij zijn slachtoffer met water en al opzuigt.
Natuurlijk weerstandsvermogen: hun oorsprong en evolutie blijven nog een mysterie. Ze trekken al heel lang de aandacht en de Oude Plinius gaf het diertje in 79 n.Chr. de naam "zeepaardje". Maar hij werd voor de allereerste keer beschreven door de natuuronderzoeker Aristoteles die schreef dat het diertje "openscheurt tijdens het liefdesseizoen". Het zeepaardje is een soort die kenmerken van talrijke andere soorten verenigt. Hierdoor is het een "buitengewone" soort die sterk aanwezig is in mythologische verhalen.
Voor de mensen bewezen diensten: de as van de zeepaardjes wordt vermengd met vet en azijn, wat kaalheid zou voorkomen. In wijn afgekookt zou deze as als sterk gif gebruikt kunnen worden. Er werden talrijke recepten, dranken en balsems ontwikkeld vanwege de "magische" krachten die eraan worden toegeschreven. Tegenwoordig worden deze vissen veel gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde. Het zeepaardje wordt beschouwd als een uitstekend middel om incontinentie, seniliteit, bloedsomloopproblemen, astma, huidaandoeningen, aderverkalking, impotentie, angina, hartziekten, migraine, postnatale depressie, etc. te genezen. Het zeepaardje wordt als afkooksel ingenomen: men laat hem 2 tot 3 uur koken voor het innemen. Toch is hij niet eetbaar.
SOURCES
Boeken :
Encyclopédie LAROUSSE des animaux. Vie sauvage, îles et côtes. Vol 3, 1993
J.BRUSLE et JP.QUIGNARD. Pas si bêtes les Poissons. Scènes de leur vie intime. Ed. Belin. Pour la science, 2006
Encyclopédie des animaux. Les Poissons. Bordas. 1995
C.Roux. La Vie secrète des bêtes. Les Bords de mer. Ed Hachette Jeunesse, 1981
Artikelen:
F.ROTHAN. Planète Hippocampe. Océanorama, Revue de l’institut océanographique Paul Ricard, n° 32, décembre 2002, p29-34
M.SABOLO. Hippocampe, le dandy des océans. Mer & Océan, L’aventure de la mer, n° 8, février 1996, p19-26
Sites:
Photos Pauline BINCTEUX

Connect to give your advice
















































