Piraten

Kinderen verkleed als piratenEen piraat is een avonturier, een wetteloze bandiet die de zeeën doorkruist om schepen te plunderen en er niet voor terugdeinst de hele bemanning uit te moorden.

Hij zaait terreur onder de eerlijke zeemannen.

Het woord piraat komt van het Griekse "peiratès". Dit betekent "die op gewelddadige wijze grijpt".

De piraterij is zo oud als het varen en de zeehandel zelf. Overal waar rijkdommen over zee vervoerd worden, zijn er piraten.

Geschiedenis

Sinds de Oudheid bedreven de volkeren langs de kust van de Middellandse Zee piraterij. De inwoners van Aetolië bijvoorbeeld gebruikten piraterij als instrument voor buitenlandse politiek. Vervolgens waren er piraten in de 8e en 9e eeuw actief in de noordelijkere zeeën (Baltische Zee, Noordzee): de Noormannen behoorden tot de meest actieve piraten van het Westen.

Om hun maritieme handel te beschermen, richtten de Noord-Europese steden Hanzeverbonden op, oftewel verenigingen van handelaars en handelssteden. Ze namen maatregelen tegen piraterij.

De 17e eeuw was een gouden eeuw voor de piraten in de Atlantische oceaan. In die tijd haalde Spanje rijkdommen vanuit Zuid-Amerika naar Spanje. De met goud beladen galjoenschepen wakkerden bij velen de hebzucht aan. Het Nederlandse woord "vrijbuiter" of "flibustier" betekent degene die de buit haalt of die iets buit maakt. Ledere piraat werkte voor eigen rekening. Van de 16e tot de 18e eeuw verscheen er een nieuw soort piraat: de flibustier. Deze sloeg toe op de zeeën rond de Caraïben, de Antillen en Midden-Amerika. De flibustiers verenigden zich om de schepen en kusten van de Spaanse kolonies in Amerika te plunderen. Daarom werden ze ook Broeders van de Kust genoemd.

De Franse flibustiers van het eiland Tortuga en de Engelse flibustiers van het eiland Jamaïca namen soms de Franse boekaniers van het Spaanse eiland Santo Domingo als hulp mee. Ze werden beroemd, vooral in de eerste helft van de 17e eeuw, dat was de tijd waarin ze de zeeën van de Antillen en de kust van Venezuela afstroopten. De Spaanse Successieoorlog, waarin Spanje een alliantie sloot met Frankrijk, droeg bij aan het einde van de flibustiers.

Voordat Spanje een bondgenoot werd van Frankrijk, hadden de kapiteins kaapvaart op touw gezet. De staten vielen zelf ook de handelsschepen van vijandelijke staten aan. De piraat werd kaper en werkte voor de staat. Een "kaper- of commissiebrief" gaf hem het recht om vijandelijke handelsschepen aan te vallen en te veroveren. Hij gebruikte of een handelsschip of een oorlogsschip dat hem door de koninklijke marine werd uitgeleend. Er bestond een speciaal tribunaal om de legitimiteit van de buit vast te leggen: het prijsgerechtshof. De lading werd vervolgens verkocht ten bate van de kaper. Onder het Ancien Régime ging een tiende van de buit naar de Admiraal.

Al in de 18e eeuw nam het aantal piraten af. Ze werden vervolgd door de maritieme mogendheden die meer macht hadden in de Caraïbische Zee (de kolonies op de Antillen en in Midden-Amerika). Tegenwoordig zijn de meest risicovolle zones de Chinese Zee, de Straat Malakka, de Golf van Thailand en sommige kusten van Afrika en de Antillen. De piraten vallen evengoed plezierjachten, vrachtschepen en bulkschepen aan.

De werkwijze van piraten en kapers

Hier volgt een kleine vergelijking op grond van een studie over dezelfde periode: van de 16e tot de 18e eeuw.

Een piraat is een avonturier die de zeeën doorkruist om roverij te plegen door schepen aan te vallen voor eigen rekening. De term flibustier wordt gebruikt voor de piraat in de Antillen. Een kaper opereert voor een staat en mag alleen dan ook actief zijn in oorlogstijd.

Maar hun gemeenschappelijk doel is het overvallen van schepen en de buit binnenhalen. Hier volgt een overzicht van de werkwijze van piraten en kapers voor de periode vanaf de 16e tot de 18e eeuw, een gouden eeuw voor de kaapvaart en de flibustiers.

De kaapvaart eindigde op het einde van de 19e eeuw (in Frankrijk in 1815 na de aftreding van Keizer Napoleon).

PIRATEN EN FLIBUSTIERS

Doelstellingen

Schepen overvallen om de buit mee te nemen voor eigen rekening.

Geografische zones 

Van de 16e tot de 18e eeuw was er een concentratie flibustiers in de Caraïbische Zee.

Manschappen werven

  • de aanvoerders van de piraten waren vaak voormalige marineofficieren die zich wilden verrijken.
  • de andere waren zeemannen die in opstand waren gekomen of matrozen die in de havens werden ontvoerd.
  • de meest gewilde mannen waren de arts-chirurgijnen en de meester-kalfateraars.

Uitrusting

  • schepen:
    • handelsschepen die veroverd waren.
    • loggerschepen, sloepen en andere snelle, lichte wendbare boten.
    • fregatten die door hun kleine omvang en snelheid de piraten in staat stelden te vluchten in de kreken die onbereikbaar waren voor grote schepen en te varen langs de kust zonder risico om te stranden.
  • piratenvlaggen:
    • Elk piratenschip had zijn eigen vlag. Deze had een betekenis. De schedel en de botten stonden symbool voor de dood. De rode vlag betekende "geen kwartier", dus geen overlevenden.

Regels

Op zee hadden de flibustiers gedragscodes. Ze verkozen op democratische wijze een kapitein en respecteerden hem. Het verdelen van de buit was ook aan regels onderworpen en de gewonde piraten werden goed beloond. Degene die een ledemaat verloren had in een gevecht kreeg een extra deel van de buit. Diefstal en verraad werden streng bestraft, bijvoorbeeld door de piraat op een onbewoond eiland achter te laten met een tonnetje water en een wapen.

Aanvallen en werkwijze 

  • Om dichtbij de schepen te komen, verborgen de piraten zich op het dek, vermomden ze zich, zonden ze noodsignalen uit of hezen ze dezelfde vlag als het te veroveren schip. De piraten, gewapend met sabels, dolken of pistolen, bezetten het dek. Soms gooiden ze flessen vol met kruit, ijzer en lood die aan boord van het vijandelijke schip ontploften. Vervolgens lieten de piraten de grootste schepen zinken of verbranden en hielden ze alleen de snelle en wendbare boten.

Buit en veroveringen

AIn de 16e en 17e eeuw waren de schepen die in de Antillenzee voeren, vooral geladen met goud, zilver en rijkdommen van de Inca's, bestemd voor Spanje.

  • Meestal bestond de buit uit proviand, kleding, goederenkisten en goudstukken. De lading werd daarna geruild bij handelaars en herbergiers tegen wapens, rum of geld.

Straffen en beleid om het verschijnsel tegen te gaan

  • De gevangen piraten werden opgehangen.

KAPERS

Doelstellingen

Schepen overvallen in het kader van de kaapvaart om oorlogsgevangenen te nemen, buit te veroveren en de goederen te verkopen, en dit allemaal voor de staat. De buit werd verdeeld: een deel voor de kaper en zijn bemanning en een deel voor de staat.  

Geografische zones

Saint-Malo, Duinkerken, Nantes, Bordeaux voor de Franse kapers

  • in de 17e eeuw was het Kanaal een kapersnest.
  • marineofficieren of voormalige piraten.

Manschappen werven

  • reders of privé-investeerders die het financiële risico droegen, zorgden voor het bewapenen en uitrusten van de schepen en wierven de kapiteins
  • hier waren ook de arts-chirurgijnen en meester-kalfateraars zeer gewild, evenals mensen die het beheer van de buit schriftelijk konden bijhouden en er was een priester per schip voor minimaal 40 man

Uitrusting

  • snelle bewapende schepen met een bemanning die toestemming kreeg van de regering om vijandelijke handelsschepen te achtervolgen en te enteren.

Regels

Met de verordening van COLBERT (1681) werd de kaapvaart aan regels gebonden en het vak van de kaper erkend. In theorie was plunderen niet toegestaan: de in beslag genomen goederen (kruiden, zijdestoffen, goudstukken, etc.) werden onmiddellijk geïnventariseerd, de luikgaten werden verzegeld en de bemanning werd naar behoren behandeld volgens de oorlogswetten.

Aanvallen en werkwijze

  • hoewel de kapers liever hun prooi veroverden zonder gevecht, was enteren soms onvermijdelijk.
  • Eerst werden er waarschuwingsschoten met een kanon afgevuurd. Het kapersschip lag zij aan zij met het doelwit. Er werden granaten gegooid en vervolgens klommen de mannen aan boord met pistolen en blanke wapens (sabels, dolken, bijlen...)

Buit en veroveringen

De kapers veroverden evenveel buit, maar deze was bestemd voor de staat waar ze voor werkten. Ze kregen een deel als beloning, zie gedeelte "regels".  

Straffen en beleid om het verschijnsel tegen te gaan

  • als ze werden gevangen, konden de kapers voorkomen dat ze werden opgehangen door hun kapersbrief te tonen. Ze werden dan als krijgsgevangenen behandeld.

Beroemde piraten en kapers

Sommige piraten en kapers hebben naam gemaakt in de geschiedenis, onder wie:  

Zwartbaard

alias Edward TEACH (1680-1718): In het begin was hij een kaper, voordat hij aan piraterij begon onder leiding van een piratenkapitein. Hij werd vervolgens zelf kapitein van een vloot en in het bijzonder van een schip dat hij veroverd had en omdoopte tot de Queen Ann’s Revenge. Zwartbaard had talrijke enteringen op zijn naam en een verschrikkelijke reputatie. Tijdens het enteren stak hij lonten die aan zijn hoed vastzaten in brand om er nog angstaanjagender uit te zien. Hij werd in 1718 gedood en zijn schip werd tot zinken gebracht in de Ocracoke Creek. De Queen Ann’s Revenge werd later teruggevonden als gevolg van recent archeologisch onderzoek.  

Misson

Deze Franse piraat met een humanistische inslag richtte met een handvol uitgestotenen Libertalia op, een republiek van vrije mensen, in een baai op het eiland Madagaskar. Alexandre OEXMELIN was chirurgijn van de flibustiers in de 17e eeuw. Hij liet zeer waardevolle geschriften na over de geschiedenis van de Caraïben en de flibustiers.  

John Avery

Deze Engelse piraat overviel onder andere een mogools schip geladen met grote rijkdommen en met een prinses aan boord... die hij trouwde. De schrijver DEFOE werd door hem geïnspireerd en schreef er een verhaal over.

Wij kunnen ook de volgende namen vermelden: William KIDD, een kaper die tegen zijn wil in piraat werd. Monbars, bijgenaamd de Wraakengel. Jack RACKAHM , een angstaanjagende flibustier en echtgenoot van Ann BONNY. Jean-François NAU  bijgenaamd L'Ollonais, die een "piraat van het vasteland" was en die onder andere de stad Maracaïbo (Venezuela) verwoestte in 1669. Henry MORGAN die vrijgesproken werd voor het tribunaal...

De piraterij kende ook vrouwen. In de 18e eeuw waren, Ann BONNY (getrouwd met kapitein Rackham) en Mary READ ((die als man door het leven ging) woest in het gevecht en het enteren. Ze werden gearresteerd en veroordeeld, maar ontsnapten aan de galg omdat ze in verwachting waren.

In de 19e eeuw verving, Ching-Yih Saou haar overleden man aan het hoofd van zes eskaders van piratenjonken en stroopte de Chinese Zee af.

De kapers:

Jean BART beroemd in het noorden van Frankrijk, was een Franse kaper die geboren was in de 17e eeuw. Hij leidde zijn eerste kaperschip in 1674 en veroverde toen 50 schepen in 4 jaar tijd tijdens de Hollandse Oorlog. In 1694 brak hij de Engelse blokkade voor Duinkerken en viel hij een Hollands konvooi van 130 schepen aan die hij naar Duinkerken leidde. Lodewijk XIV beloonde hem met onder andere adelbrieven.  

René DUGUAY-TROUIN (1673-1736) was een bekende naam in de kaapvaart en werd in 1709 in de adelstand verheven. Hij had 16 schepen en fregatten en heeft meer dan 300 handelsschepen veroverd.  

Robert SURCOUF is als kaper allerminst onbekend. In 1795 nam hij deel aan de kaapvaart in de Indische Oceaan tegen de Engelse handel. Hij slaagde erin uitzonderlijke doelwitten te veroveren, bracht de vijand ongekende verliezen toe en de Engelsen zetten zelfs een prijs op zijn hoofd. Na 1815 wijdde hij zich nog slechts aan de handel.

Ook andere families, zoals de DANYCANs, deMAGONs en de COUDRAY-PERREEs, werden beroemd in de kaapvaart.  

Jacques-Oudart FOURMANTIN bijgenaamd Baron Bucaille, leefde in Boulogne-sur-Mer tijdens het Napoleontische tijdperk. Hij maakte deel uit van een kapersfamilie en ontwikkelde zijn activiteiten tijdens het Kamp van Boulogne. Hedendaags is zijn naam nog populair bij de kustbevolking van Pas-de-Calais.

De moderne piraterij

Vandaag worden piraten nog steeds aangetrokken door de over de zee vervoerde goederen.

Het Internationale Maritieme Bureau (IMB) wil het probleem piraterij aanpakken en de spelers op het gebied van maritiem transport informeren.

Tegenwoordig is piraterij, vanuit juridisch oogpunt, een aanval op een handelsschip in internationale wateren. Toch vindt het merendeel van de aanvallen plaats in de territoriale wateren. In 1999 registreerde het IMB 285 officiële piratenaanvallen (in de internationale wateren) en 1116 geënterde schepen.

Sinds 20 jaar is het aantal gevallen van piraterij verviervoudigd: 469 in 2000.

De gebieden die het meest worden getroffen door piraterij zijn Indonesië (de 24.500 eilanden en eilandgroepen kunnen allemaal dienen als schuilplaats voor piraten), de Chinese Zee, de Sulu-zee en de Celebes Zee, de Afrikaanse kust en dan met name de Somalische kust en de Golf van Aden. Voor zeilschepen zijn de Rode Zee en de maritieme wateren van Midden-Amerika risicovolle zones.

Het IMB onderscheidt 3 vormen van piraterij (bron: Cols Bleus nr. 2573): LLAR, (Low Level Armed Robbery), MLAAR (Medium Level Armed Assault and Robbery) en MCHJ (Major Criminal Hijack), naargelang de ernst van de aanval.

De piratenboten waren vroeger loggerschepen en sloepen, nu moeten de huidige piratenboten nog steeds snel en wendbaar zijn. Vandaag zijn het meestal vissersboten of motorbootjes.

De "moederschepen", waaraan deze soms zijn vastgemaakt, kunnen gekaapte voormalige vrachtschepen zijn met een "makeover" en nieuwe registratieplaten.

De piraten beschikken over een zeer divers scala aan wapens: dit varieert van messen tot molotovcocktails en raketwerpers.

De aanvallen vinden meestal 's nachts plaats. Het enteren gebeurt aan de zij- of achterkant van de boot, met een enterhaak. Na de bemanning tot overgave te hebben gedwongen, gaan de piraten over tot het plunderen van het schip. De afgelopen jaren is er een explosieve toename van gijzelingsacties in ruil voor losgeld. Drugs is op het ogenblik een gewilde buit voor de piraten.

 

Het IMB acht het werkelijke aantal piratenaanvallen hoger dan het door hen geregistreerde aantal.

Bovendien wordt het probleem van de samenspanning tussen piraten en ambtenaren of personeelsleden van de maritieme diensten regelmatig aangekaart. De plunderaars blijken immers goed geïnformeerd te zijn over de lading van de geënterde schepen.

 

De strijd tegen piraterij gebeurt voorlopig op plaatselijk niveau en ondervindt talrijke moeilijkheden: immens grote zones die bewaakt moeten worden, het principe van dat binnen 10.000 zeemijlen van een staat de overheid zich nergens mee bemoeid. Toch wordt deze strijd georganiseerd.

De Indonesische en Maleisische politie werken bijvoorbeeld samen om het toezicht en de interventie in de Straat Malakka, die zeer hard getroffen wordt door piraterij, te organiseren.

Europese organen wensen eveneens de nadruk te leggen op de internationale samenwerking op het gebied van detectie, opsporing en interventie. Bovendien is het moeilijk om de economische kosten van de huidige piraterij in te schatten, maar deze zijn zeer hoog. In juli 2002 bijvoorbeeld werd er een Noord-Koreaanse boot gekaapt en de bende eiste

$ 600.000 voor het vrijlaten van de bemanning. Daarnaast signaleren de schepen niet altijd de aanvallen vanwege de repercussies op de kosten voor maritieme verzekeringen.

Naast de financiële aspecten kunnen piraterijaanvallen schadelijk zijn voor het milieu: het achterlaten en vernielen van schepen in drukbevaren zones, vervuiling veroorzaakt door enteringen, verlies of vernieling van containers, aanvallen op schepen die gevaarlijke stoffen (chemische producten, olie, gas,..) vervoeren.

GLOSSARIUM

Piraat:

Avonturier die de zeeën doorkruist om roverijen te plegen door handelsschepen aan te vallen.

Kaper: 

Kapitein of zeeman van een kaperschip. Een kaper mag niet worden verward met een piraat. De kaper werkte in dienst van zijn land en kreeg toestemming om vijandelijke handelsschepen aan te vallen en te veroveren.

Kaperschip:

Snel en bewapend schip met een bemanning die toestemming heeft van de regering om vijandelijke handelsschepen te achtervolgen en te enteren. Het woord kapen wordt tegenwoordig ook gebruikt voor het aanvallen en vernietigen van schepen, vliegtuigen en onderzeeërs.

Flibustier:

Piraat in de Antillenzee, in de 17e en 18e eeuw. De flibustiers verenigden zich om de schepen en kusten van de Spaanse kolonies in Amerika te plunderen. Vandaar dat ze Broeders van de Kust werden genoemd.

Boekanier:

Zo werden sommige avonturiers genoemd die op de Antillen op buffels joegen om het vlees te roken en de huiden te verhandelen. De Boekaniers waren oorspronkelijk Europese avonturiers (vooral Fransen en Engelsen) die zich in de 17e eeuw vestigden in de onbewoonde zones van de Antillen. Ze bezetten uitgestrekte gebieden.

IMB (Internationaal Maritieme Bureau):

De precieze benaming is het International Maritime Bureau Piracy Reporting Centre. Deze is gevestigd in Kuala Lumpur in Maleisië. Dit bureau verzamelt alle informatie met betrekking tot maritieme piraterij en zet zich in om deze te bestrijden. De maritieme industrie verleent financiële steun aan dit bureau dat een waardevolle bondgenoot is voor de maritieme maatschappijen (bron: Cols Bleus nr. 2572). Het bureau is een belangrijk informatiecentrum voor de antipiraterij-organisatie.

Stemmen