De walvissen in de wereld
Walvissen zijn warmbloedige zoogdieren en leven in zee. Ze hebben longen en moeten naar de oppervlakte om adem te halen. Ze behoren tot de orde van de cetaceeën (walvisachtigen), tot de mysticeti (baleinwalvissen) of de odontoceti (tandwalvissen, zoals de dolfijn en de bruinvis). De mysticeti hebben geen tanden. Ze gebruiken baleinplaten (vezelige gehoornde platen) om kleine planktonische schaaldieren (vooral de garnaaltjes die het krill vormen) en andere dunne waterorganismen te filteren. Onder deze mysticeti bevinden zich de bultrug, de zuidkaper, de grijze walvis en de vinvis.
Het voedingspatroon van de odontoceti bevat meer vissen en weekdieren. Onder de odontoceti bevinden zich de potvis en de spitssnuitdolfijn. Walvissen komen in alle oceanen van de wereld voor. Twee hoofdfactoren zijn bepalend voor de verspreiding van walvissen in de oceaan: de temperatuur van het water aan het oppervlak en de hoeveelheid beschikbaar voedsel. De walvissen voeden zich in de opwelling zones (opwaartse stromingzones waar de nutriënten met de diepere wateren omhoog komen) en in de zones waar zeestromingen bij elkaar komen en de concentratie van plankton hoog is.
De verbazingwekkende migratie van de walvissen
De walvissen migreren elk jaar naargelang de seizoenen, soms tot duizenden kilometers maar meestal op hetzelfde halfrond. Zo volgen de walvissen van het noordelijk halfrond een noord-zuid route (zomer-winter) zonder de walvissen van het Zuidelijk halfrond tegen te komen. 's Winters bereiken ze de warme wateren waar ze paren en de jongen baren, 's zomers vertrekken ze naar de polen, waar het water rijk is aan krill en plankton (het hoofdvoedsel voor talrijke walvissen).
Beide groepen gaan meestal nooit de evenaar voorbij en migreren met een tijdverschil van 6 maanden ten opzichte van de andere groep. Wanneer de walvissen van het noordelijk halfrond zich 's winters in hun voortplantingszones in het zuiden bevinden, is het zomer op het zuidelijk halfrond en hebben de walvissen van dit gedeelte van de wereld hun voedingszones in Antarctica bereikt.
Bij de mysticeti hebben we geconstateerd dat de walvissen met een meer gediversifieerd voedingspatroon minder ver migreren dan de walvissen die zich bijna uitsluitend voeden met krill.
Bij de odontoceti zijn alleen de migraties van de potvissen vrij bekend. De potvissen verdelen zich in 3 groepen: de "nursery groep" bestaande uit moeders met hun jongen die soms door andere volwassen exemplaren worden vergezeld; groepen jonge vrijgezelle dieren bestaande uit meerdere jonge mannetjes; en tot slot kleinere groepen volwassen mannetjes die niet per se elk jaar hun jachtgebied verlaten en minder tijd dan de andere potvissen schijnen door te brengen in de voortplantingszones.
We kennen slechts één geval van walvissen die hun migratieroute hebben gewijzigd: in het begin van de 19e eeuw waren de bultruggen onbekend in de wateren rondom Hawaï. Tegenwoordig is het de beste zone om deze soort te treffen en te bestuderen in het noordelijk deel van de Stille Oceaan.
De overexploitatie van de grote walvisachtigen
In 1946 werd door de Conventie van Washington, in een context van overexploitatie van de grote walvisachtigen, de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) gecreëerd om de commerciële walvisjacht te beheren. Geleidelijk aan richt de IWC zich op de volledige bescherming van de walvis maar dit geeft aanleiding tot talrijke debatten. De IWC is tegenwoordig een wereldorganisatie met rond de 80 leden (waaronder 21 van 25 EU-leden) die al dan niet gunstig staan tegenover de walvisjacht.
Frankrijk is lid als voorstander van bescherming terwijl Japan, Noorwegen en IJsland de belangrijkste landen zijn die gunstig staan tegenover de jacht.
Onder de debatten die elk jaar plaatsvinden, wordt er een debat gehouden over de toestemming voor de walvisjacht en de quota. Sinds het moratorium van 1986 wordt de walvisjacht als volgt gereguleerd:
- commerciële jacht: verboden Noorwegen, IJsland en Rusland om nog jacht te maken op walvissen. Deze landen hebben bezwaar gemaakt tegen dit moratorium en sindsdien gaan Noorwegen (ongeveer 600 dieren/jaar) en IJsland (40 in 2007) door met de commerciële walvisjacht.
- jacht door oorspronkelijke volkeren: in totaal 871 dieren over een periode van 5 jaar. Het betreft landen waar volkeren al eeuwen op walvissen jagen om in hun onderhoud te voorzien: VS (volkeren in Alaska), Rusland (volkeren in Siberië), Denemarken (volkeren in Groenland) en Saint Vincent en de Grenadines.
- wetenschappelijke jacht: op grote schaal uitgeoefend door Japan (meer dan 10.000 walvissen sinds het moratorium van 1986) en IJsland (150 dieren).
Voor of tegen de walvisjacht?
| Voor de commerciële jacht | Tegen de jacht en voor de bescherming van walvissen | |
| Wie |
|
|
| Argumenten |
|
|
Toerisme gerelateerd aan de observatie van walvissen
Het toerisme gewijd aan de observatie van walvissen (walvistoerisme) trekt steeds meer toeristen over de hele wereld. Volgens een verslag van het International Fund for Animal Welfare (IFAW) hebben in 2008 meer dan 13 miljoen mensen excursies gemaakt in 119 landen om walvissen te gaan bekijken. Bovendien breidde de sector zich uit met 2,1 miljard dollar in 2008. Deze vorm van toerisme zou een duurzaam antwoord kunnen zijn om winst te genereren zonder een beroep te doen op de walvisjacht.
De rol van de kadavers van de walvissen in de oceanische diepten
Sinds eind jaren '80 hebben nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen aangetoond dat de kadavers van walvissen en andere zeezoogdieren bronnen en habitat bieden voor de biodiversiteit van de oceanische diepten. Het "walvissen-ecosysteem" vertoont chemische, biologische en trofische analogieën met de ecosystemen van de diepe hydrothermale bronnen en de cold seeps.
Dit wordt uiteengezet in het werk "De l'utilité des baleines", gerealiseerd door de vereniging "Robin des Bois" op grond van uitstekende wetenschappelijke werken.
Bronnen
Alle referenties vermeld in het gedeelte "BIJ Nausicaa, de verbazingwekkende migratie van de walvissen" evenals de volgende referenties.
ARTIKELEN
- Le Point.fr. "L'Observation des baleines, une filière touristique en expansion". Artikel van 24/06/09
- L. CARAMEL. "La Commission baleinière internationale toujours dans l'impasse". Le Monde van 27 juni 2009
BOEKEN
- R. HARRISON et M.M. BRYDEN. "Baleines, dauphins et marsouins". Ed. Bordas, 1989
- D. ROBINEAU. "Cétacés de France". Ed. Fédération Française des Sociétés de Sciences Naturelles, 2005
- J.P. SYLVESTRE. "Baleines et cachalots". Ed. Delachaux & Niestlé, 1989
- L. DOW. "La petite Encyclopédie des baleines". Ed. Bordas, 1991
La baleine. "Encyclopédie Larousse des Animaux", 1993. Coll. Vie Sauvage : mers et montagnes
SITES
- Officiële site van de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) (in het Engels). Geraadpleegd in augustus 2008 en juni 2009
- Site van het Franse Ministerie van Buitenlandse en Europese Zaken. Geraadpleegd in augustus 2008 en juni 2009
- Werk "De l'utilité des baleines", site van de vereniging Robin des Bois. Geraadpleegd eind juni 2009
- Ongelooflijke walvisachtigen. Site van het MNHN. Geraadpleegd op 26 mei 2009




















































